gemiddelde windsnelheid

Rekenen aan de geluidsemissie van windmolens - data 2009 | invoer

Voor de beoordeling van het geluid van windturbines is het nodig om de windtoestand ter plaatse van de windmolen te kennen. De lokale windtoestand is namelijk direct van invloed op de geluidsemissie. Wij hebben een rekentool gemaakt waarmee de lokale windtoestand kan worden bepaald op basis van de geografische positie van de windturbine en de hoogte van de as van de turbine ten opzichte van het maailveld. Deze rekentool is hieronder beschikbaar. De tool maakt gebruik van dataset die in 2009 door het KNMI beschikbaar is gesteld.

Invoer gegevens

Uitleg

Bij het nieuwe beoordelingssysteem voor windturbines, waarbij wordt uitgegaan van de dosismaten Lden en Lnight, dient de geluidsemissieterm te worden gebaseerd op de lokale windtoestand op ashoogte van de windturbines. De hiervoor benodigde windverdelingen zijn door het KNMI samengesteld uit meerjarige statistische gegevens. De windverdelingen zijn beschikbaar in tabellen, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de dag- (07-19 uur), avond- (19-23 uur) en nachtperiode (23-07 uur). De informatie heeft de vorm van distributieve frequentieverdelingen, waarbij per klasse wordt aangegeven hoe groot de waarschijnlijkheid van die klasse in de betreffende beoordelingsperiode is. De getalswaarden zijn gegeven in procenten, afgerond op 1 decimaal. De windverdelingen zijn opgedeeld in 25 klassen. De middenwaarden van de klassen komen overeen met gehele waarden van de windsnelheid. De klassenbreedte bedraagt 1 m/s. Voor meer informatie over de totstandkoming en toepasbaarheid van de gegevens kunt in zich wenden tot Dr. Gertie Geertsema (gertie.geertsema@knmi.nl).

Door het KNMI geleverde data is gegeven in tabellen op vaste punten met een roosterafstand van 0,2 graden op de hoogtes 80, 90, 100, 110 en 120 meter boven het maaiveld. De tussenliggende waarden kunnen worden verkregen door trilineaire interpolatie. Met behulp van dit rekengereedschap kunnen de benodigde gegevens voor iedere locatie automatisch worden berekend, mits de ingevoerde hoogte binnen het gegevensbereik van de gegevenstabellen ligt. Het rekengereedschap is ontwikkeld door M+P in opdracht van Agentschap NL.

De coördinaten in het horizontale vlak (Lat, Lon in decimale graden NB en OL) zijn gedefinieerd volgens het WGS 84 stelsel. De hoogte (z in meters) is relatief ten opzichte van de gemiddelde maaiveldhoogte. Indien de voet van de turbinemast uitsteekt boven het omringende terrein, dient dit te worden verdisconteerd in de ashoogte z.

Indien de invoergegevens binnen het bereik van de tabellen ligt, wordt een scherm geopend met de geïnterpoleerde waarden voor de dag-, avond- en nachtperiode. De waarden kunnen door de gebruiker worden geselecteerd, gekopieerd en in de gewenste applicatie (bijvoorbeeld Excel) worden geplakt.