Toeslag voor bijzondere geluiden minder eenvoudig dan het lijkt

Bij het bepalen van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau bij een geluidsgevoelige bestemming dient rekening te worden gehouden met geluiden die als extra hinderlijk ervaren kunnen worden. Hierbij gaat het onder andere om tonaal- en impulsgeluid (bijvoorbeeld achteruitrijsignalering of heilawaai). Op deze geluiden dient een toeslag van 5 dB te worden toegepast. Het aantonen of tonaal/impuls geluid hoorbaar is en het juist toepassen van de toeslag is echter niet altijd eenvoudig. In dit artikel geven wij een overzicht van de aspecten die hierbij komen kijken.

Wettelijk kader

Indien geluiden met een tonaal of impulsachtig karakter duidelijk hoorbaar zijn ter plaatse van een geluidsgevoelige bestemming, dient volgens de handleiding meten en rekenen industrielawaai (HMRI) een toeslag van 5 dB te worden toegepast op de berekende of gemeten geluidsbelasting. Deze toeslag wordt opgeteld bij het totale geluidsniveau afkomstig van de inrichting gedurende de tijd dat de tonale/impulsachtige bron in bedrijf is. Dit houdt in dat de toeslag dus ook wordt toegepast op alle niet tonale/impulsachtige geluidsbronnen die op datzelfde moment in bedrijf zijn. In de gevallen waarbij zowel tonaal als impulsachtig geluid hoorbaar is, wordt de toeslag slechts éénmaal toegepast.

Is een inrichting gelegen op een gezoneerd industrieterrein, dan hoeft er bij toetsing op de zonegrens en aan de MTG-waarden bij de woningen geen rekening te worden gehouden met de toeslag voor tonaal/impulsachtig geluid. Echter als de geluidsbelasting wordt bepaald op de gevel van een woning in het kader van de Wet milieubeheer, dan wordt de toeslag wel toegepast.

Tonaal geluid

Onderstaande activiteiten zijn praktijkvoorbeelden waarbij tonaal geluid vaak voorkomt:

  • Achteruitrijsignaleringen
  • Roterende machines (ventilatoren)
  • Slijpen
  • Sirenes
  • Kleppen in leidingen (snijden)

De aanwezigheid van tonaal geluid wordt vaak met een subjectieve methode vastgesteld. Volgens de HMRI geldt als criterium voor tonaal geluid dat het tonale karakter duidelijk waarneembaar moet zijn ter plaatse van het beoordelingspunt. De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening voegt hieraan toe dat vanwege het subjectieve karakter van de beoordeling het aanbeveling verdient om een tonaal karakter door twee of meer representanten van het bevoegd gezag te laten vaststellen.

In ISO 1996-2 Annex C wordt een objectieve methode gegeven om te bepalen of er sprake is van geluid met een tonaal karakter. Volgens deze methodiek heeft de toeslag geen vaste waarde van 5 dB, maar is deze afhankelijk van de hoorbaarheid van de tonale component. Het is in Nederland niet mogelijk om de hoogte van de toeslag op deze manier te bepalen, maar de methodiek kan wel als extra onderbouwing worden gebruikt bij het vaststellen of er al dan niet sprake is van tonaal geluid. Uit jurisprudentie blijkt namelijk dat deze methode wordt geaccepteerd bij het vaststellen van de waarneembaarheid van tonale tonen in een geluidssignaal. Als argument wordt gegeven dat de methode op technisch-wetenschappelijke wijze inzichtelijk maakt of de mens een tonale component zal waarnemen (ABRvS 200509480/1 d.d. 21 juni 2006).

Impulsachtig geluid

Volgens de HMRI komen bij impulsgeluid repeterende geluidsstoten voor die minder dan één seconde duren. Ook voor impulsgeluid geldt als criterium dat het impulsachtige karakter duidelijk waarneembaar is ter plaatse van de ontvanger. Impulsgeluiden moeten niet worden verward met piekgeluiden. Een belangrijk kenmerk van impulsachtig geluid is dat het repeterend van karakter is: het geluid dient een zekere cadans of ritme te hebben. Voorbeelden van werkzaamheden waarbij impulsachtig geluid kan optreden zijn:

  • Hameren/bikken
  • Sloophamer/prikker
  • Heien
  • Stansmachine

Toepassen van de toeslag

(onderstaand wordt tonaal genoemd; hier kan echter ook impulsachtig worden gelezen)

Op het moment dat bepaald is welke bronnen een duidelijk tonaal geluid bij de woning veroorzaken, kan de toeslag bepaald worden die wordt toegepast op de totale geluidsbelasting vanwege de inrichting (LAr,LT). Deze toeslag is het verschil tussen het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau met en zonder toeslag van 5 dB op het deelgeluidsniveau vanwege de gehele inrichting gedurende de tijdsduur dat tonaal geluid optreedt. De toeslag die op het LAr,LT-niveau wordt toegepast ligt tussen 0 dB (tonale bronnen zijn niet relevant) en 5 dB (tonale bronnen zijn bepalend). Deze toeslag varieert per ontvangerpunt.

Om de toeslag die op het LAr,LT-niveau moet worden toegepast te kunnen bepalen, is het van belang om onderstaande vragen te beantwoorden:

  • Is er één of zijn er meer tonale bronnen? En indien dit het geval is, zit er (gedeeltelijk) overlap in de momenten waarop de tonale bronnen in bedrijf zijn? Indien dit het geval is, zal de tonale tijdsduur korter worden waardoor de toeslag lager wordt.
  • Welke niet tonale bronnen zijn gelijktijdig in bedrijf met de wel tonale bronnen? Hoe groter de bijdrage van deze niet tonale bronnen des te hoger de toeslag wordt, omdat de bijdrage van het tonale deelgeluidsniveau waar 5 dB bij wordt opgeteld in dit geval groter wordt

Bovenstaande vragen zijn in de praktijk vaak niet exact te beantwoorden, omdat de planning van werkzaamheden per dag kan verschillen. In het geval van achteruitrijdende vrachtwagens is het bijvoorbeeld niet te voorspellen wanneer dit precies gebeurt, in hoeverre meerdere vrachtwagens tegelijkertijd achteruitrijden en welke andere geluidsbronnen op die momenten ook in bedrijf zijn. Hiervoor moeten aannames gemaakt worden. De keuze van deze aannames kan een relevante invloed hebben op de toeslag die uiteindelijk bij het LAr,LT niveau wordt opgeteld. De volgende paragraaf geeft hier een voorbeeld van.

Voorbeeld

In onderstaande figuur zijn twee varianten weergegeven van de planning van werkzaamheden. Het gaat hierbij om een inrichting waar gedurende zes uur constructiewerkzaamheden worden uitgevoerd. Daarnaast moet er twee uur lang metaal worden geslepen waarbij tonaal geluid optreedt. De bijdrage bij de meest nabijgelegen woning is (zonder correctie voor de tijdsduur) voor het constructiewerk en het slijpen even groot. Door een kleine aanpassing in de planning wordt de toeslag die moet worden toegepast vanwege het tonale geluid 1,3 dB lager terwijl er precies evenveel werkzaamheden worden uitgevoerd:

Het mag duidelijk zijn dat bij het toepassen van een toeslag voor tonaal geluid veel belangrijke afwegingen plaatsvinden. Dit geldt voor zowel het vaststellen of sprake is van tonaal geluid als voor het vaststellen van de uitgangspunten bij de berekening van de hoogte van de toeslag. Wij helpen u hier graag mee verder.

Mei 2019

 
Actueel type:
Blog
Blog

Treinen met lage instapvloeren

 
Een opvallende ontwikkeling sinds de eeuwwisseling in het openbaar vervoer is de invoering van...